De creatieve economie is een feit. Met zijn boek The rise of the creative class heeft Professor Richard Florida aangetoond dat de economische kracht van steden en regio’s wordt bepaald door de mate waarin zij de economische klasse aan zich weten te binden. Waar in het industriële tijdperk de mensen naar de bedrijven trokken, trekken nu de bedrijven naar plaatsen met hooggekwalificeerd talent. Dit talent, de creatieve klasse, vestigt zich bij voorkeur in een inspirerende, tolerante omgeving met diversiteit en authenticiteit.
Deze groep laat zich niet wegstoppen op desolate bedrijventerreinen, maar zoekt gebouwen en gebieden met een ziel. Een oude kerk, een theatrale loods of industrieel erfgoed. Dat zijn de plekken waar zij zich willen vestigen.
De belangrijkste economische kracht van de creatieve economie ligt bij creatieve zakelijke dienstverleners, ICT’ers, high-tech bedrijven en nieuwe media. Bedrijven die op creatieve wijze nieuwe producten weten te introduceren, nieuwe markten aanboren of innovatieve distributiekanalen opzetten. Bedrijven die de conventies van de markt doorbreken en nieuwe kansen creëren. Dit zijn geen ‘softe alternatievelingen’ maar professionals met passie en visie.
Juist nu de technologie grenzen nog meer vervagen en je overal kunt werken wordt de plaats van vestiging steeds meer bepaald door de quality of place.
Nederland heeft, onder meer met haar sterke designhistorie, bij uitstek de kans om maximaal te profiteren van deze ontwikkeling. Het is nu de opgave voor gemeenten, ontwerpers en ontwikkelaars om deze creatieve klasse te faciliteren en te inspireren.